Voor veel mensen is denken niet meer dan het herschikken van hun vooroordelen. Tijdens een discussie van de week dacht ik aan deze woorden die voortkomen uit een uitspraak van William James.

Het valt me op dat veel christenen het geloof rationeel willen verklaren, maar daarbij argumenten aanhalen die met dezelfde rationaliteit onderuit gehaald kunnen worden. Lastig, want je wil toch kunnen uitleggen waarom je ergens in gelooft. Wat mij betreft is dat het grootste probleem van geloof. Het woord zegt genoeg.

Als je geloof met je denken wil benaderen loop je gegarandeerd vast, tenzij je jezelf graag voor de gek houdt. Wat mij betreft is denken de grootste vijand van geloof. Althans, als dat het enige is waarmee je kan geloven. En als je in de Bijbel leest lijkt dit het oerprobleem van de mens te zijn. De verleiding om kennis te nemen van wat goed en wat kwaad is. Constant elke stap van onszelf en van de mensen om ons heen afwegen.

Jezus zegt dat de armen van geest zalig zijn. Voor mij slaat dat op de verleiding om je te verlaten op je eigen denken. Denken is nodig, een proces om verder te komen, inzicht te krijgen en om te overleven. Maar het denken is beperkt. En dat inzicht brengt je verder. Newton noemt het wat steentjes die wij aan de oever van de oceaan der kennis oprapen.

Het Onze Vader leert ons dat God vergeeft zoals we anderen vergeven. Dus hoe minder we nadenken over het het kwaad van onze naaste, hoe minder ons eigen kwaad de toekomst bederft. En als je gaat nadenken over je eigen kwaad, dan raak je al snel ontmoedigt.

Ook nadenken over dagelijkse zorgen kan je geloof in de weg staan. Het is nodig, maar het wordt al snel een gewoonte. En als je dan in verleiding komt, ben je onvoorbereid.

Daarom vindt ik verhalen belangrijk. Ze leren je iets zonder dat je daarbij veel hoeft na te denken. En het gaat niet om de feiten in het verhaal, maar om de les. Lees zo ook eens de Bijbel. En mediteer er over, zo maakt je denken vrij baan voor iets wat daar aan voorbij gaat.