“Halleluja! Jezus Christus leeft. Hij is voor jou en mij aan het kruis gestorven.”

Ik kan weinig meer met deze krachttermen die voor mij niet meer lijken te vertegenwoordigen dan christelijke clichés. Inzicht en zingeving van het leven heb ik nodig om het leven te doorstaan. Ik kan niet meer bidden en de bijbel is niet meer dan een woord van de mensen over God. Ik zie al de theorieën en leerstellingen en dogma’s van de kerk als een grote muur die mij het uitzicht op de geest van Elohim belemmeren.

Ik denk terug aan de woorden van de vrouw, die in haar gebed sprak over een jongeman die moet snoeien in het leven. De woorden die mij inspireren de snoeischaar te pakken en te verwijderen dat wat de kern van het bestaan camoufleert. Maar verder dan wat uitstekende takjes kom ik niet.

Ik stap uit het kader van het christendom om haar te aanschouwen. Om verder te snoeien zoek ik kracht in de filosofie, antroposofie en andere grote schrijvers die mijn twijfel lijken te begrijpen. Ik realiseer me dat alles waar ik waarde aan hecht, zelf gecreëerde illusies zijn. Alles is niets. Een tijd lang kan ik nergens meer van genieten, niets wat mij nog bevredigd. Alles lijkt dood. En mijn vermoeden wordt bevestigd in de woorden dat het woord zonder de geest dood is.

En ik realiseer me, dat als de mens uit lichaam, ziel en geest bestaat, mijn lichaam en mijn ziel mij van de geest houden. Dat moet ik omdraaien. De geest moet de ziel tegen het lichaam beschermen. En ik overdenk de woorden van de wijze koning Salomo: “Alles is slechts enkel ijdelheid en kwelling des geestes.” Het wordt mijn lijfspreuk. Alles om mij heen lijkt een kwelling, en de wereld als een femme fatale voor de beminnende geest.

Stilte wordt als een schuilplaats, en alle verlangens, emoties en verstand waaien voorbij en er komt ruimte om de geest binnen te laten. De geest waarin we uit God geboren zijn. En juist in die stilte valt alles van me af.

Zie, het licht toont zich. De wijsheid der wijsheden van Jezus woorden zijn als een lamp voor mijn voeten op het pad naar God. Woorden van inspiratie en verlichting die door geen enkele apostel, profeet, kerkvader, dominee, evangelist of theoloog in mijn ogen zijn te evenaren.

Hij is mijn guru uit Nazareth, en de rest is als stinkende modder op een niet in woorden te vangen schoonheid.

 

Ik geloof dat de mens, naast het lichaam en de ziel, een geestelijk wezen is. En dat we hiermee uit God, als verzamelnaam voor de kosmische scheppende kracht, voortgekomen zijn.

Ik geloof dat we geniaal gemaakt zijn, maar omdat we liever met het tastbare, lichamelijke gedeelte van ons wezen bezig zijn, we vaak in het duister dwalen. Maar dat de guru uit Nazareth, Jezus Christus als een bouwlamp kan dienen.

Op deze plek wil ik opbiechten hoe ik ploeter met het vinden van het stopcontact.